het 3e studiejaar

integratie en verdieping

In dit studiejaar staat verdere verdieping en integratie centraal. De integratie van hetgeen je geleerd hebt en hoe je als begeleider in het werkveld gaat staan. Wat is hetgeen dat jij als toekomstig begeleider specifiek gaat uitdragen? Waarin ligt jouw kracht? Waarin ben jij uniek?

Tegelijkertijd is dit jaar een voortzetting en verfijning van de stof uit de voorgaande jaren. Het derde studiejaar behelst collegedagen, trainingsdagen, inter-, supervisie, eindpresentatie en het afstudeerproject.

Om je zo goed mogelijk klaar te maken voor het uitoefenen van je beroep, zijn er nu minder college- en trainingsdagen en worden de supervisie en het afstudeerproject toegevoegd.

De colleges hebben onderwerpen als integratie en heelwording, depressie, zelfdoding, rouwverwerking, maar ook pijn en somatiseren.

doelstelling en werkdoelen

De technieken die je hebt aangeleerd tijdens de studie worden nu nog meer verfijnd en onder supervisie in praktijk gebracht; je kunt nu, als het ware, een instrument voor de ander zijn. Je werkt met eigen cliënten en er wordt een begin gemaakt met intervisie. Eveneens ga je nu kiezen in welke afstudeervariant je gaat afstuderen, hoe ga je je profileren in het werkveld en naar welke richting gaat je talent en voorkeur uit?

 

colleges en werkdoelen

 

>          Filosofische Benaderingen

◊          Vergeven en vergeving

◊          Ethiek

>          Levensbeschouwelijke Benaderingen

◊          Rituelen bij levenseinde

◊          Depressie

◊          Zelfdoding

◊          De dood omarmd

◊          Rouwverwerking

>          Psychologische Benaderingen

◊          Universele wetmatigheden in de biografie

◊          Overdracht en tegenoverdracht

>          Psychotherapeutische Benaderingen

◊          Psychosomatiek

◊          Pijn en somatiseren

◊          Handicap, levensloop en zingeving

◊          Psychosociale Oncologie

◊          Trauma en PTSS

◊          Beeldtaal vanuit het onderbewuste

 

training 3e jaar

Tijdens de training wordt op verschillende levensbeschouwelijke en professionele facetten dieper ingegaan, waarbij bewustzijn van hetgeen zich afspeelt in de persoonlijkheid van zowel jou, de begeleider, als de cliënt centraal.

De training vindt plaats in trainingsdagen en een eindpresentatie.

Verder vindt er supervisie onder deskundige begeleiding plaats. Je maakt nu een definitieve aanvang met het werken met eigen cliënten, zodat de overgang tussen oefenen naar praktijk zo klein mogelijk gemaakt wordt.

 

algemeen

Je werkt nu met een aantal cliënten buiten de opleiding als onderdeel van de studie.

De supervisie is een verplicht onderdeel van het curriculum, waarbij de intervisie uit de vorige jaren nu ook wordt uitgebreid tot een professionele intervisie, tussen collega’s.

 

de portfolio

Het Persoonlijk Ontwikkelingsplan dat werd opgebouwd wordt dit jaar afgerond. Je vindt hierin nu alle persoonlijke leerdoelen terug die je tijdens de studie had en doorwerkt hebt, de trainingsevaluaties, de leertherapie, supervisie-leerdoelen en de persoonlijke groei en ontwikkeling tot professioneel psychosociaal begeleider

afstuderen

De studie wordt, afhankelijk van het afstudeerproject, afgesloten met het diploma Psychosociale Begeleiding metals mogelijke  afstudeervarianten :

* Psychosociaal Werk
* Psychologie
* Transpersoonlijke Counseling

eindtermen

◊          dat je na afloop van deze opleiding specifiek met ervaringen van hulpvragers kunt omgaan in begeleidingsprocessen;

◊          dat je oog hebt voor en bouwt op de autonomie van de hulpvrager;

◊          dat je onderscheid weet aan te brengen tussen persoonlijke en transpersoonlijke ervaringen;

◊          dat je inzicht hebt in ontwikkelingen binnen het bewustzijn en het leven van de mens;

◊          dat je kan werken met verschillende technieken uit verschillende disciplines welke kunnen bijdragen om tot een dieper en groter bewustzijn te komen;

◊          dat je kan werken met geleide oefeningen, visualisaties en dromen;

◊          dat je kennis hebt van groepsdynamische processen en hiermee om kan gaan;

◊          dat je in staat bent om bij de essentie van het innerlijk van de ander aan te sluiten;

◊          dat je inzicht hebt in partner-, relatie- en gezinsproblematiek;

◊          dat je onpartijdige conflicthantering kan toepassen;

◊          dat je inzetbaar bent in de functie van coach tot counselor tot begeleider van dieptepsychologische processen in verschillende werkvelden en disciplines;

◊          dat je zowel individueel als groepsmatig in het arbeidsproces kan worden ingezet.