studiebeoordeling

tentamens/werkstukken

In elk studiejaar dienen tentamens en werkstukken te worden gemaakt. Bij de beoordeling daarvan gelden de volgende criteria:

◊          de verplichte literatuur en collegestof moeten zichtbaar zijn verwerkt

◊          kennis van het vak/onderwerp

◊          het vertalen van die kennis naar praktijkvoorbeelden

◊          integratie van theorie en praktijk

Herkansing is mogelijk bij onvoldoende kwalificatie of indien je door een geldige reden een tentamen of werkstuk niet hebt kunnen maken.

trainingsevaluatie

Bij de beoordeling van de trainingen gelden de volgende criteria:

◊          beroepshouding

◊          zelfinzicht

◊          praktische vaardigheidsverwerving

◊          toepassing van de verworven kennis en inzicht in de praktijksituatie

◊          integratie van theorie en praktijk

◊          aanwezigheid bij de trainingen

toelating tot volgende studiejaren

Voor toelating tot een volgend studiejaar geldt het volgende criterium:

◊          de door de student gevolgde trainingen zijn als voldoende beoordeeld

De directie kan aan toelating tot een volgend studiejaar voorwaarden verbinden, zoals het opnieuw volgen van een onderdeel van het opleidingsprogramma, het verrichten van een extra taak of zich individueel of in groepsverband laten begeleiden, in de vorm van leertherapeutische begeleiding.

Na overleg met de directie kun je met een of meerdere ongetoetste theoretische onderdelen toch toegelaten worden tot een volgend studiejaar; een individueel studietraject wordt dan verder uitgezet

eindexamenwerkstuk

Aan het schrijven en/of maken van een eindexamenwerkstuk wordt doorgaans aan het einde van het derde studiejaar begonnen. Deze scriptie is een afsluitend werkstuk waarin je aantoont een onderwerp op het gebied van de afstudeerrichting zelfstandig uit te kunnen werken. Hierin moet een beroepsmatig aspect in zowel universele als in persoonlijke zin worden uitgewerkt. In overleg met de directie wordt een begeleider gekozen, welke meestal een bij de opleiding betrokken docent of trainer is.

De scriptie is voorzien van:

◊          voorblad/pagina met titel, die informatief is ten aanzien van de inhoud;

◊          inhoudsopgave;

◊          inleiding, waarin de keuze van het onderwerp en de werkwijze worden uiteengezet;

◊          helder en expliciet geformuleerde vraag/probleemstelling;

◊          een daarbij aansluitende logische en systematische opbouw;

◊          een duidelijk betoog met argumentatie en eigen stellingname, dat antwoord geeft op de vraag/probleemstelling (zgn. ‘rode draad’);

◊          samenvatting en conclusies;

◊          literatuurlijst, bijlagen en nawoord.

 

De scriptie moet goed leesbaar zijn en in correct Nederlands zijn geschreven. Tevens moeten citaten en bronnen correct zijn weergegeven. In het algemeen moet de scriptie er verzorgd uitzien. De totale omvang van de scriptie moet minimaal 30 en maximaal 50 pagina’s zijn, exclusief inhoudsopgave, literatuurlijst e.d..

 

eindexamen

Voor toelating tot het eindexamen gelden de volgende criteria:

◊          je bent toegelaten tot het derde studiejaar;

◊          je hebt het vereiste aantal tentamens en werkstukken gemaakt en deze met voldoende afgesloten;

◊          je hebt de trainingen met voldoende afgesloten;

◊          je hebt een eindexamenwerkstuk geschreven die door de begeleider als voldoende is beoordeeld.

 

Het eindexamen vindt plaats in de vorm van een eindgesprek waarin mede de bespreking van het eindexamenwerkstuk centraal staat. Bij dit eindgesprek zijn minimaal de begeleider, of een vervanger, en een lid van de examencommissie aanwezig.